Rapport Carnegie: China haalt Amerika in

Policy Brief van de Amerikaanse Carnegie Endowment publiceerde in juni 2008 een rapport over de economische groei in China. Het rapport haalt een paar misopvattingen en vooroordelen onderuit. Bijvoorbeeld dat de motor van China's groei de uitvoer zou zijn.

Auteur Albert Keidel spreekt met groot respect over de realisaties van de voorbije 30 jaar. Op verscheidene terreinen. Zo schrijft hij hoe de politieke en economische leiding van het land er steeds handiger in slaagt de normale fluctuaties in de economische processen op te vangen. Ook hoe de macro-economie voortdurend volwassener wordt. Hij beschrijft hoe de politieke economie de voorbije decennia gegroeid is tot een wetenschappelijk onderbouwde economische politiek met nadruk op milieu-beheer, harmonie in de maatschappij en in de groei en veel oog voor sociale rechtvaardigheid. Hij toont hoe de armoede gedaald is. Keidel: "Wij kunnen ons moeilijk voorstellen hoe arm China 30 jaar geleden was. Zelfs in 1985 leefde nog 15 procent van de Chinezen onder de officiële armoededrempel die gelijk staat met bijna-sterven-van-de-honger. Vandaag is dat nog maar 1,6 procent van de bevolking."

Keidel gaat ook misopvattingen te lijf. De eerste is dat China zijn economische groei vooral te danken heeft aan de uitvoer. De successen van China zijn volgens dat vooroordeel op het palmares te schrijven van het Westen dat zo vriendelijk is massa's goederen in China te bestellen. Albert Keidel laat weten dat dit een verhaaltje is. De belangrijkste motor van de economische groei is niet de uitvoer, schrijft hij, maar de binnenlandse vraag. De groei is gerealiseerd door de Chinezen zelf. Keidel: "De groei van de uitvoer heeft geleid tot de misvatting dat de economische groei in China een gevolg is van de uitvoer en dat, als gevolg van de beperkte binnenlandse markt, het tot een crisis zal komen als de uitvoer vertraagt. Dat is een veronderstelling die niet gestaafd wordt door de cijfers. Die leren integendeel dat de motor van de economische groei in overweldigende mate binnenlands is."

Daarom, gaat Keidel verder, is het zo goed als zeker dat China het groeiritme van de voorbije jaren nog decennia kan volhouden: "Omdat de groei vooruit gestuwd wordt door de binnenlandse vraag, zal die groei een heel stuk in de 21ste eeuw voortduren." Keidel verwacht dat China's economie in 2035 even groot zal zijn als de Amerikaanse economie. Tegen het midden van deze eeuw zal de Chinese economie zelfs twee keer zo groot zijn als die in de Verenigde Staten.

Dat heeft vanzelfsprekend implicaties: "China's aanhoudende successen zullen een einde maken aan het wereldwijde economische leiderschap van de Verenigde Staten. Dat zal leiden tot een strategische herschikking. Als de Chinese economie twee keer zo groot is als de economie van de VS, zal het wereldwijde commerciële en institutionele leiderschap naar China gaan. De wereldwijde handel zal geleid worden door China. Idem dito voor de investeringen in de wereld. China zal de leiding op zich nemen van internationale instellingen zoals de Verenigde Naties, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, regionale ontwikkelingsbanken. De Verenigde Staten zullen, net als Europa, de tweede viool spelen."

Keidel gaat hierna helaas de belangrijkste vraag uit de weg: zullen de Verenigde Staten dat laten gebeuren? Als je de Amerikaanse buitenlandse politiek van de periode na de Tweede Wereldoorlog bekijkt, is die kans bijzonder klein. Zbigniew Brzezinski, de adviseur van presidentskandidaat Barack Obama, heeft in meerdere boekjes geschreven dat de VS niet kunnen aanvaarden het leiderschap over de wereld te moeten delen, laat staan te moeten afstaan. Ze zullen dat zonodig met de wapens verhinderen. Die economisch-politiek-militaire lijn is nog scherper naar voor gekomen sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989, de uiteenspatting van de Sovjet-Unie in 1991 en de aanslagen van 11 september 2001.

Keidel pleit in zijn rapport voor samenwerking tussen China en de Verenigde Staten. Aan China zal het niet liggen. Het land wil maar al te graag de successen van vandaag voortzetten. In peis en vree. Maar de VS...?

Het rapport telt 16 blz. Het is uitgegeven door de Carnegie Endowment. Dat is een stichting met zetel in Washington, genoemd naar staalmiljardair en filantroop Andrew Carnegie. Je vindt het rapport hier: http://www.carnegieendowment.org/files/pb61_keidel_final.pdf